Vakgebied: Frans (of willekeurig een andere vreemde taal)
Doelgroep: vo/mbo
Aantal leerlingen en niveau: Hele klas, groepjes van 2
Samenvatting
De opdracht wordt in tweetallen uitgevoerd, waarbij elke leerling de opdracht krijgt om een profiel samen te stellen van twee ‘native speakers'. Dit kunnen willekeurige gebruikers zijn
van de virtuele omgeving, leerlingen van een andere school of leerlingen uit een hoger leerjaar. Eerst worden in overleg vragen bedacht waarna in de virtuele omgeving een eerste native speaker wordt opgezocht en aangesproken. Eén leerling communiceert met de native speaker via spraak, de andere leerling via tekst. Bij de tweede native speaker worden de rollen omgedraaid, zodat elke leerling zowel mondeling als tekstueel communiceert in de vreemde taal. Vervolgens worden de profielen gemaakt. Van de spraakcommunicatie wordt een opname gemaakt, de tekstcommunicatie wordt automatisch vastgelegd in een logbestand. De docent ontvangt de opnames en logbestanden.
Leerdoelen
Vakgerichte kennis en vaardigheden:
• spreekt Frans op niveau 2 (mondelinge communicatie);
• schrijft Frans op voldoende niveau.
Overkoepelende vaardigheden:
• communicatieve vaardigheden;
• digitale vaardigheden;
• reflectieve vaardigheden.
Toetsing
De docent beoordeelt de logs en opnames van de gesprekken. Daarnaast bekijkt hij de profielschets. Door de logs, de opnames en de profielschets te vergelijken beoordeelt de docent of het gesprek goed is verlopen. Ook kan hij de taal/spreekvaardigheid beoordelen.
Mate van beheersing
Naast navigeren en gedeeltelijk samenwerken moeten leerlingen communicatiemiddelen inzetten. Dit vereist een hoog niveau van mondelinge en/of schriftelijke communicatie.
Gebruik van kernkwaliteiten
Leerlingen gebruiken zowel tekst als spraak om hun communicatievaardigheden te oefenen. In de virtuele omgeving wordt contact gezocht met een native speaker. De aanwezigheid van een avatar geeft een gevoel van directe aanwezigheid. De communicatie kan eventueel plaatsvinden in een authentieke omgeving zoals een virtueel model van Parijs.
Conclusies
De leersituatie wordt gemiddeld beoordeeld in vergelijking met de andere leersituaties. Opvallend is dat het vakgebied waarop deze leersituatie is gericht (moderne vreemde talen) deze leersituatie in vergelijking met de andere vakgebieden hoger beoordeelt. De moderne vreemde talen beoordelen de leersituatie met een score van 469. Het vakgebied zelf ziet dit dus als een kansrijke leersituatie. Docenten met een voorkeur voor kennisconstructie geven een hogere beoordeling dan de andere docenten. Qua voorkeur voor toekomstig gebruik zijn de verschillen klein tussen kennisconstructie hoog een laag. Ongeveer 40% van de "kennisconstructie hoog docenten" heeft hier in sterke of zeer sterke mate behoefte aan, tegenover 36% bij de "kennisconstructie laag docenten". De gepresenteerde leersituatie lijkt dan ook vooral voor het taalonderwijs interessant, en niet in een andere (op vakinhoud aangepaste) vorm voor andere vakgebieden.
Bekijk de volledige casusbeschrijving [- 301 Kb ]

