Vakgebied: Geschiedenis
Doelgroep: mbo-tl/havo/vwo
Aantal leerlingen en niveau: 10 tot 20 leerlingen
Samenvatting
Leerlingen krijgen van een expert een geschiedenisles over de Romeinen. Deze expert is fysiek niet in de klas aanwezig, maar bevindt zich met een avatar in de virtuele omgeving. De expert kan zowel via chat of voice (spraak) communicatie de presentatie geven, waarbij de presentatie wordt ondersteund door powerpointslides, video's, plaatjes en 3d-objecten. Zo kan de expert iets vertellen over de Romeinse architectuur en bijvoorbeeld een 3d-model laten zien van een Romeinse pilaar. Leerlingen krijgen na de presentatie de mogelijkheid om vragen te stellen. Dit gebeurt in de virtuele omgeving waarbij de docent fungeert als moderator.
Bekijk het filmpje behorende bij de casusbeschrijving
Leerdoelen
Vakgerichte kennis en vaardigheden:
• verkrijgen van kennis over een geschiedenisonderwerp.
Overkoepelende vaardigheden
• communicatieve vaardigheden.
Toetsing
De docent reflecteert samen met de leerlingen op de presentatie. Hiermee toetst hij of de informatie helder is overgekomen.
Mate van beheersing
Laag, maar vergeleken met A1 iets hoger. Naast toetreden tot en navigatie binnen de virtuele omgeving, moeten leerlingen ook kunnen communiceren via tekst en spraak.
Dezelfde vaardigheden gelden voor de docent.
Gebruik van kernkwaliteiten
De presentatie kan onafhankelijk van de fysieke plaats van een expert plaatsvinden. Doordat leerlingen een avatar zien, geeft dit een gevoel van aanwezigheid. Eventueel kan de presentatie door verschillende klassen, faculteiten of instellingen bezocht worden. Door gebruik te maken van multimedia kan de expert zijn of haar presentatie op verschillende manieren ondersteunen. De presentatie wordt daardoor afwisselend en levendig.
Conclusie
Van alle leersituaties is dit de laagst beoordeelde, door alle docenten en onafhankelijk van voorkeur voor kennisconstructie. Ook het vakgebied geschiedenis, waarover de leersituatie inhoudelijk gaat, beoordeelt deze leersituatie laag. De leersituatie wordt dan ook als minste wenselijk gezien voor gebruik in de toekomst. De leersituatie heeft de minst diepgang van allemaal, en wordt niet als een efficiënte manier gezien om kennis over te brengen.
Deze leersituatie is eigenlijk een klassieke vertaling van gebruikelijk onderwijs. Vaak zijn dit soort leersituaties toch de eerste stappen die onderwijsinstellingen ondernemen wanneer ze met virtuele omgevingen aan de slag gaan. Uit het onderzoek blijkt dat dit soort leersituaties in combinatie met virtuele omgevingen het minst wenselijk zijn.
Bekijk de volledige casusbeschrijving [- 299 Kb ]

